Family First: Verslag van de familiebegeleider

05-09-2015 Gezond Peter van de Ven

WARNSVELD/DOETINCHEM - Een eetstoornis of een eerste psychose, het zou je maar gebeuren. Het is een hele schok om mee gediagnosticeerd te worden. Gelukkig vangen de verpleegkundigen je dan zo goed mogelijk op. Maar wat als het een van je kinderen overkomt? Of je broer, vriendin? Wie helpt jou bij diezelfde schok? In dit geval: Carla Stevens en Marloes de Klein.

Zij doen dit in Doetinchem. Naast het Slingeland Ziekenhuis (dat overigens gigantisch misplaatst werd door mijn navigatiesysteem) ligt het RGC van het GGNet. Na wat zoekwerk weet ik toch de wachtkamer te vinden waar negen mensen al bladerend in de weekendmap de tijd aan het doden zijn. Een voor een worden ze opgehaald, tot ook opeens de twee dames voor mij staan.

Carla en Marloes zijn beiden verpleegkundigen op de gesloten afdeling van de jeugdkliniek. Hier vallen kinderen onder tussen de 14 en 24. Daarnaast zijn zij een aantal uur per week inzetbaar als familiebegeleider.
“Sinds een paar jaar is er een echte familiebegeleiding opgezet.” opent Carla, “vroeger werd het nog wel gedaan door de SPV'ers (Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige, red.) of de systeemtherapeut, maar dat was vooral bij ernstige problematiek binnen de familie.” Wat ze misten, volgens Carla, was een laagdrempelige familiebegeleiding voor alle vragen die de familie kan hebben.
“Vaak hebben de ouders vragen over hoe de dag in elkaar zit van hun kind. Wat gebeurt er? Is er dagbesteding? Hebben ze PMT? AB? Of andere ingewikkelde afkortingen. Voor uitleg daarover kunnen zij bij ons terecht.” voegt Marloes daaraan toe.
“Aandacht voor de familie.” onderstreept Marloes, “Dat werd vroeger nog wel eens vergeten. Toen was er vooral aandacht voor het kind dat opgenomen werd.”

“Als de ouders bij ons komen zijn ze al blij dat er eindelijk hulp is. Thuis hebben ze vaak al een hele worsteling achter de rug,” vertelt Carla over het eerste contact met de ouders. Marloes vult aan: “Daarbij maken sommige jongeren hun eerste psychose mee op de gesloten afdeling. Dat heeft ook een enorme impact. Het helpt dan de jongeren en de ouders vaak om de ouders zelf er zoveel mogelijk bij te betrekken.”
Marloes noemt als uitgesproken voorbeeld hiervan dat een van de ouders ooit bij het kind in de separeer heeft geslapen. “Die betrokkenheid heeft een heel goed effect. De jongere is vaak al helemaal van slag omdat er een nieuwe omgeving is en nieuwe mensen. De familie is voor hen heel vertrouwd, dat werkt rustgevend.” Hoewel de nacht doorbrengen in een separeer ook belastend kan zijn voor de ouders, ziet Carla wel dat ouders tot veel bereid zijn: “Ik hoor van ouders dat ze achteraf graag hadden geweten dat het een optie was, 'dan was mijn kind minder angstig geweest' zeggen ze.”

Familie activatie
Hierin is te zien dat het hele team van de afdeling graag een stap extra doet voor de familie. Ze beperken zich niet tot alleen 'het informeren van de ouders', maar zijn bezig met een actieve betrokkenheid van de familie.
“We zijn ook actief bezig met het benaderen van de ouders. Zo zien wij een groep die voorheen niet in beeld was. Dat zijn de mensen die niet uit zichzelf contact met ons opnemen, omdat ze in eerste instantie niet durven of willen. Daar doen we dan een belletje naar uit.” vertelt Marloes, “Ze reageren dan vaak blijde verrast, 'wat fijn dat u belt.' Dan blijkt dat ze er toch wel behoefte aan hebben.”
Soms zien ouders alsnog af van verdere hulp, maar dat is dan hun keuze. “Je ziet dat de klap ook veel later kan komen, ook dan staan wij er voor ze. De intensiteit van de familiebegeleiding is altijd op aangeven van de familie zelf.” Marloes en Carla zien dat velen van de ouders het waarderen, al is dezelfde waardering bij de jeugd soms ver te zoeken.

“Het is soms lastig omdat we een dubbele rol hebben: verpleegkundige en familiebegeleider. We moeten aan de jongeren goed duidelijk maken dat wij hen zien in de eerste rol. Dat we daarom nooit achter de rug van de jongere om contact over hem zullen hebben met de ouders.” beaamt Carla.
“We merken daar soms wat wantrouwen in, dat we snerend te horen krijgen: 'dat ga je zeker aan mijn ouders vertellen.'” vult Marloes aan, “Dat doen we dus niet.”

Ze melden ook altijd als er een gesprek is met de ouders, of de jongere daar bij wil zijn of niet. Ook vragen ze dan of hij nog bepaalde zaken besproken wil hebben. “Openheid daarin is belangrijk voor het vertrouwen.”
Daarentegen worden niet alle wensen van de jongeren klakkeloos ingewilligd. “Vroeger als aangegeven werd dat ze niet wouden dat wij contact met de ouders zochten, werd dat ook niet gedaan. Dat is niet meer zo.” opent Marloes. “Uitzonderingen betreft mishandelingen daargelaten, als het bijvoorbeeld gaat om 'gewone ruzies' thuis, zoeken wij toch contact. Niet met de jongere erbij, hoewel hij er wel vanaf weet.”
Het verschil is wel dat in zo'n geval de familie meer een algemeen verhaal krijgt over de gang van zaken in plaats van de persoonlijke details van hun kind. “Maar de ouders verdienen wel de begeleiding, omdat het ook hen wat doet dat hun kind is opgenomen.”
“Voor sommige jongeren is het ook een geruststelling dat wij nu het contact voeren met de ouders. Omdat ze daar zelf even niet toe in staat zijn. De ouders zijn dan vaak toch opgelucht dat er op deze manier überhaupt contact is.”

Ook de andere kant hebben Carla en Marloes wel gezien: “Als de ouders juist geen contact willen proberen we ze toch te stimuleren. Het is heel begrijpelijk dat na een heftige periode zij denken 'nu even niet', maar na een tijdje proberen we dan met een belletje toch het contact te leggen.”

Weekendperikelen
Waar het contact met de ouders normaal is, kan naast informatie ook begeleiding gegeven worden voor de omgang. Als het kind weekendverlof heeft en thuis komt, kunnen ouders moeite hebben om dat weekend in te vullen. “Daar hebben wij weekend-voorgesprekken voor. Hier analyseren wij de knelpunten thuis, zoals de dagbesteding. Daarnaast geven wij waar mogelijk tips.”
Als voorbeeld van zo'n tip geeft Carla dat bij een eetstoornis tijdens het eten er geen aandacht aan gegeven moet worden. “Dat veroorzaakt spanning. Achteraf kan je het er wel over hebben samen.”
Als het nodig is proberen ze vooraf een weekendindeling met de ouders en het kind te maken. “Als we dat samen invullen staat iedereen erachter. Daar kunnen ze dan in het weekend op terugkomen als in 'dit hebben we samen afgesproken, dus daar houden we ons aan'. Zo helpen wij in de begeleiding.”

Gevolg van deze intensievere begeleiding is dat de ouders zich extra betrokken voelen. Marloes: “Ik werk nu zeven jaar in de jeugd, dit doen het nu twee jaar. Ik krijg terug dat er vroeger het gevoel was dat je als ouder je kind aan de deur afleverde en dat dat het was. Nu wordt de relatie juist omschreven door ouders als een hele prettige samenwerking.”

Het aantal uur dat Carla en Marloes als familiebegeleider nodig hebben verschilt per week. “Het is de ene keer drukker dan de andere. Als het moet draaien we er ook overuren voor. Want we proberen toch eens in de veertien dagen een gesprek te plannen met de ouders.” aldus Marloes. “Nu is het wat rustiger omdat de afdeling niet volledig bezet is. Dan compenseren de rustige periodes de drukke.”

Carla en Marloes benadrukken dat het contact en de betrokkenheid met de ouders voor beide partijen werkt. “De ouders vinden het fijn om de steun te krijgen, maar voor ons zijn zij ook nodig. Ouders zijn de deskundigen van hun kind. Zo helpt dat elkaar.” vertelt Carla.
Als boodschap wil ze dan ook meegeven: “Neem jezelf als ouder serieus.” En samen, met een beetje hulp van dit duo en het team eromheen, wordt er gewerkt aan een betere toekomst.



Gerelateerd